blokhut.jpg

Gerard van Krevel

Het verhaal van Gerard van Krevel, verkenner en verkenner-leiding bij de Tarcisiusgroep.

Gerard was 20 jaar toen hij op 3 december 1946 zich als dienstplichtig militair moest melden bij de artillerie (= kanonnen) op de Edese kazerne. Al snel werd hij overgeplaatst naar het 4e Bataljon jagers (= infanterie, soldaten te voet met een geweer).

Dit bataljon werd op 1 maart 1947 officieel (her)opgericht en zou deel gaan uitmaken van de 2e Divisie (de ‘Palmboomdivisie’). Het bataljon (Eenheid van ongeveer 800 man) was tijdens de opleiding en training gelegerd in de Elias Beeckmankazerne te Ede. Op 14 mei 1947 kreeg het bataljon hier het vaandel uitgereikt door kolonel Scherpenhuizen, die van 1937 tot 1940 het bevel over het toenmalige bataljon had gevoerd. Het vaandel was tijdens de oorlog verstopt voor de Duitsers, en werd nu weer officiëel in gebruik genomen. Er volgde een parade door Ede, waarbij op de oude markt tegenover de huidige HEMA het defilé werd afgenomen.

Op 30 mei 1947 was de militaire opleiding van Gerard van Krevel voltooid. Vanaf het station Ede-Wageningen vertrok hij met het 4e Bataljon Jagers naar de haven van Rotterdam. Hier gingen ze aan boord van het stoomschip “Johan de Witt” dat hen naar Nederlands-Indië bracht. Na bijna vier weken op zee kwamen ze op 28 juni aan in de haven van Soerabaja op Java, waar ze aanvankelijk in de Kromhoutkazerne werden gelegerd.

Op 1 april 1948 werd Gerard bevorderd tot soldaat der eerste klasse. In Indië werd de 2e Divisie als de ‘D-Divisie’ ingezet. Het 4e Bataljon Jagers waarbij Gerard diende voerde patrouilles en operaties uit in het oostelijk deel van het eiland Java. Gerard maakte zowel de Eerste als de Tweede Politionele Actie mee. Voor de Eerste Politionele Actie werd zijn bataljon overgeplaatst naar het eiland Madoera. Tijdens de Tweede Politionele Actie werd de eenheid van Gerard ingezet in de Madioensector op Oost-Java.

Af en toe mochten soldaten even op verlof (ongeveer een week), maar dan bleven ze wel in Nederlands-Indië. Van Gerard weten we dat hij in al die tijd drie maal op verlof is geweest.

Intussen wordt er op politiek niveau druk onderhandeld om te proberen de oorlog te beëindigen. Op 3 augustuskomt er een staakt het vuren tot stand. De oorlog lijkt voorbij, maar nog altijd gaan kleine aanslagen, operaties en gevechten door. Dit wordt Gerard uiteindelijk toch nog noodlottig.

Op 10 augustus 1949, een week na de wapenstilstand, rijdt het voertuig van Gerard op een bermbom in de omgeving van Pagergoenoeng bij Kampak op Oost-Java. Hij raakt bij de explosie zwaar gewond en wordt overgebracht naar het veldhospitaal te Kediri. Daar overlijdt hij op 15 augustus aan zijn verwondingen. De volgende dag wordt hij begraven op de Nederlandse begraafplaats te Kediri op Java (grafnummer 41). Aan Gerard werd reeds begraven het “Ereteken voor Orde en Vrede” verleend. Van zijn bataljon sneuvelden in totaal 44 man.

Gerard van Krevel wordt herdacht op de gedenkzuil bij het Mausoleum (aan de rechterzijde van de ingang van het Mausoleum). Op 5 mei 1960 is de gedenkzuil onthult door toenmalig burgemeester H.M. Oldenhof. De gedenkzuil herinnert ons aan de 51 Edese militairen, die in de Tweede Wereldoorlog of tijdens de strijd in voormalig Nederlands-Indië en de overzeese gebiedsdelen zijn gesneuveld. Waaronder dus de heer G.J.(Gerard) van Krevel.